Achel

Achel

Etymologie

Achel heette in 1139 Achile, alzo vermeld in een bulle van Paus Innocentus II. Aghel en Aeghelen zijn recentere benamingen. De oudste benaming wijst naar 2 stamwoorden: a (water) en lo (moerasbos). Achel zou dus betekenen: Moerasbos aan een waterloop (de Warmbeek).

Geschiedenis

Archeologische vondsten bewijzen dat Achel in de prehistorie bewoond was. In 1139 wordt Achel vermeld als bezit van het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht: Achel vormde samen met\r\nHamont en Sint-Huibrechts-Lille een domeingoed. In de loop van de 13de-14de eeuw gingen de rechten over dit domein in handen van de voogden van het kapittel over, de Heren van Boxtel, en werd het domein een volwaardige heerlijkheid Grevenbroek. In de l4de eeuw bouwden de Heren in Achel een verblijf dat in de loop van de l5de eeuw uitgroeide tot het kasteel Grevenbroek. Hiervan resten nog enkele grondvesten die niet te bezichtigen zijn. De Tomp was oorspronkelijk eentorenmolen. Achel bleef de residentieplaats, terwijl Hamont uitgroeide tot het economische centrum van de heerlijkheid en stadsrechten verkreeg. In Achel werden twee kloostergemeenschappen opgericht: het franciscanessenklooster Sint-Catharinadal in 1432, en het heremietenklooster de Kluis in 1685. Beide werden tijdens de\r\nFranse Revolutie afgeschaft. In 1846 werd de oude Achelse Kluis omgevormd tot trappistenklooster, 1871 Sint-Benedictusabdij genoemd, internationaal bekend. Sinds de jaren zestig is Achel uitgegroeid tot een woondorp met veel Nederlandse inwoners.

Wapenschild

Gevierendeeld, deel 1 en 4 zijn van goud en voorzien van 3 molenijzers van keel, deel 2 en 3 van azuur, met twee dwarsbalken van zilver. Over alles heen, in het midden, staat een adelaar van zilver, gekroond van goud, beladen op zijn borst met een hart van keel, wat kenmerkend voor het familiewapen van de hubens is. Het uitgebreide schild is nog getopt door een kroon met drie fleurons, elk van elkaar verwijderd door een parel, rechts gedragen door een leeuw en links door een schaap, die beiden omzien en in een natuurlijke kleur afgebeeld staan.