Handelsvorm

Handelsvorm

De teuten, zoals bekend uit de bewaard gebleven archivalia en de overlevering vormden bijna altijd een vennootschap. Teuten handelden in kleinere groepen of zogenaamde compagnieën. De grootte van de compagnie werd vooral bepaald door de aard van het handelsproduct alsook het handelsgebied. Koperteuten bijv. handelden (mits de belangrijke uitzondering van de compagnie uit Luyksgestel) in kleine compagnieën van 2 à 3 man. Textielteuten konden grotere compagnieën ontwikkelen van 3 tot 6 man. Snijders konden individueel handelen of vormden anders kleine compagnieën. Zeker vanaf de 17de eeuw bemerken we de integratie van snijders binnen de textielteutencompagnieën. Het is een misvatting dat deze compagnieën gestructureerd waren zoals middeleeuwse gilden. In bijna alle teutencompagnieën (die van Luyksgestel uitgezonderd!) waren de vennoten gelijkwaardig ('kameraden') Er was dus geen 'baas' of meester. Alleen de leerjongens waren tijdens hun opleiding geen volwaardig kameraad of vennoot. Zij worden wel eens 'knecht' genoemd, maar dan niet in de zin van een hiërarchisch lagere functie. Soms werd de functie van boekhouder wel toegewezen aan één bepaalde persoon. Hierbij valt op te merken dat in de gevallen waar de geschiedenis van een compagnie over meerdere generaties gedocumenteerd is, men wel de indruk krijgt dat die belangrijke functie familiegebonden bleef. In de compagnie Rijcken uit Hamont bijv. is de boekhouder steeds een telg uit de familie Rijcken. Uit het bewaarde kasboek van de periode 1798-1926 en de familie-overlevering blijkt dat de afrekening in het stamhuis van de familie Rijcken te Hamont gebeurde. De compagnievorm of structuur kan het best afgeleid worden uit de zogenaamde teutencontracten, waarvan honderden exemplaren nog terug te vinden zijn in het schepenbankarchief en het notarieel archief van de teutendorpen (16de tot 19de eeuw).